Later!

Een blog van Catharien Hamerslag

  • Advertenties

35 blauwe meters de diepte in

Posted by Catharien Hamerslag op september 3, 2013

Dat diep duiken niet vanzelfsprekend is, ontdek ik eigenlijk pas later. Als ik weer vrolijk op het droge loop. Vorige week daalde ik voor het eerst af tot 35 meter. Ja, da’s een flatgebouw van een paar verdiepingen. Alleen denk je niet daaraan. Als je er voor het eerst overheen zwemt.

De duik vond plaats in Nemo. Een vrolijke naam voor een zwembad dat speciaal is gemaakt om diep te duiken. Goed, buiten denk je heel even aan die verdiepingen. Maar al snel blijkt dat een valse geruststelling. Het bad zakt natuurlijk ook de grond in.

Dat ontdek je bij de ingang met een doorkijkje het zwembad in. Door grote vierkante ramen kijk je de eerste duikers recht in de ogen. Het restaurant bevindt zich op een diepte van 5 meter. Daar hangen ze voor de ramen en blazen rustig hun bellen uit.

Even later sta ik omgekleed naar het bad te kijken. Het lijkt op ooghoogte een normaal zwembad. Dat is het eerste stuk ook, met een diepte van een of twee meter. En omdat ik razend nieuwsgierig ben, zet ik snel een bril op en trek mijn zwemvliezen aan. Even over het diepe zwemmen voordat we voor het echt gaan. Op dat moment voelde ik me heel kwetsbaar, hangend boven dat gat. Zonder gear. Zonder instructeur. Alleen hangend boven de diepte is heel alleen met de overweldiging van natuurlijke krachten onder je. Heel stil en heel klein word je dan.

Maar goed, dan moet je ineens opschieten, gooit die fles in je vest. Hannest met allerlei kabels en gespjes. Bekijkt je duikershorloge nog een keer trots. Laatste signalen en daar ging ik. En vanaf dat moment is het allemaal doodnormaal. Je duikt wat, je ademt rustig. Geeft eens een signaal. En poseert voor een foto. Voordat je in het diepe bent, heb je een hele sociale happening achter de rug.

En dan duiken. Naar beneden die koker af. En ik kan je vertellen, dat voelt vrij. Het was een vergelijkbare sensatie met mijn eerste (en enige) skydive. Te indrukwekkend om ‘whohoooo’ te roepen. Maar tegelijk zo verstillend. Op je horloge tikken de meters naar beneden. En daarna volg je de minuten want je mag niet te lang beneden blijven. Maximaal 10 minuten en ik was niet van plan ze vol te maken. Geen grappen met bubbels in m’n bloed.

M’n blijheid was ook zónder spraak zo overtuigend dat m’n instructrice begon te controleren of ik last had van stikstofnarcose (da’s een acute euforie die wordt veroorzaakt door een te grote hoeveelheid stikstof en overduidelijk levensgevaarlijk is. 1 op de 500 mensen heeft hier last van). Ik was echter gewoon blij. Uitgelaten zoals ik kan zijn na het dansen in Amsterdam. Dat wist zij natuurlijk niet. Maar gelukkig wees ik daar beneden het noorden aan, deed een poging aan te geven waar Utrecht was. En gaf na 6 minuten aan dat ze niet moest lullen, maar dat we naar boven gingen. Dat deed ’t m en ik had eindelijk m’n geloofwaardigheid herwonnen. Nee ik werd niet gek, zo ben ik als ik blij ben. Écht blij.

Tja, en de rest is saai. Je stijgt wat, je wacht weer. Kijkt nog eens op je horloge en wacht op de anderen. Het stomme is, ook al is het een zwembad, het blijft echt. Het water, de diepte, de stikstof. Hoe je het ook wendt of keert, de aarde is zó gemaakt dat maar een heel klein laagje levensvatbaar is. Een paar meter omhoog en omlaag. En om dat laagje heen zit een hele grote schil van onmetelijke ruimte. Vorige week raakte ik die ruimte even aan. Maar die meters ertussenin, die zijn uiteindelijk het gaafst.

Advertenties

Posted in Pensioen-nieuws | Getagged: | Leave a Comment »

Omdat de waterlelies in bloei staan

Posted by Catharien Hamerslag op juli 24, 2013

Monet schilderde er doeken vol mee. Z’n dromerige waterlelies hangen in musea over de hele wereld. En ze bedekken complete muren, want ze zijn behoorlijk groot. En als je geen musea bezoekt, ken je ze ongetwijfeld van een poster, een kaart of een koelkastmagneet. De waterlelies van Monet zijn bekend. En ontzettend dichtbij.

Binnenkort ga ik zijn tuinen bezoeken. En met een beetje geluk krijg ik dan een impressie die de schilder probeerde te vangen. Dat is bijzonder omdat het kenmerk van de impressionisten vluchtigheid is. Ze probeerden het moment te vangen in zijn voorbijgaan. En alhoewel een verlaten brug of weg vast nog bestaat, de meeste van die impressies zijn ondertussen gewoon weg.

Tijdens mijn studie literatuur was ik wég van deze tijd. Opgetekend en vereeuwigd door de decadente generatie. Vrouwen waren het lijdend voorwerp van knappe mannen met hoge bolhoeden. Met een statige blik en een rare wandelstok die hen sierlijk ondersteunt op zwart-witbeeld. Hun verveelde blik in de camera spreekt alles uit wat ik van hen vind: te chique om zich drukker te maken dan hoogst nodig. I love that. Ik zou het in de huidige tijd vertalen als coolness als ik mijn helden daarmee eer aandoe.

De schrijver die ik het meest bewonderde was Cesario Verde. Een schuchtere poëtische jongen die verdronk van het zwelgen aan de oevers van de Taag. Zijn melancholie en verdriet om de Portugese hoofdstad blijkt ruim een eeuw later overduidelijk onnodig. De stad floreert met een vergelijkbare economische traagheid als in zijn tijd. Hij schreef 1 bekend gedicht. En dat deed hij goed. Voordat hij op jonge leeftijd overleed aan een ziekte die inmiddels verdween. Maar die Taag, dat licht en de marginale figuren die hij beschreef die veranderden onvermijdelijk mee met de tijd.

Deden de waterlelies van Monet dat ook? Ik vind het ontzettend spannend. Vast niet. Zijn suffe romantiek is hopelijk onlosmakelijk verbonden met zijn tuin. In mijn blik veel te weinig verveling: dit jaar – als de waterlelies bloeien – ben ik erbij. En die gedachte alleen al laat mij in gedachten over hun vijver zwerven. En meegenieten van een oud, langvervlogen en diep geluk.

Posted in Financieel-nieuws | Getagged: , , , | 4 Comments »

Met helden op reis

Posted by Catharien Hamerslag op juni 9, 2013

Misschien krijgt u er ook wat van mee. In de bizarre wereld die communicatiemensen om zich heen creëren is storytelling helemaal hot. Storytelling is het oudste vak op aarde (oké…een van de oudste) en draait om het vertellen van verhalen. En vertellen wat je wil in de vorm van een verhaal.

En het leukste zijn natuurlijk de voorbeelden. Roodkapje analyseerden we al in mijn studie tot het bót en het verveelt me elke keer minder, het verhaal van dat brave meiske. Geloof het of niet, maar roodkapje heeft alle elementen van een goed verhaal. Er is ethiek (zorgen voor oma), er is spanning (de wolf als onbetrouwbare minnaar), er is verleiding (bloemen plukken, vind ik zelf wat minder sterk), er is een helper en ga zo maar door. Maar wat misschien wel het mooiste is in het verhaal is de plastische loutering van het meisje in de buik van de wolf. Het sprookje eindigde oorspronkelijk daar. Als waarschuwing en vermanende vinger.

Het proces van loutering, de held die door een crisis heengaat, dat zit in elk goed verhaal. Kijk maar naar Die Hard, lees de boeken van Hosseini of ga naar de Efteling. Het maakt niet uit in welke vorm, als held moet je ergens doorheen.

Binnenkort ga ik zelf ook zo’n reis maken. De reis van de held(in) in Zweden. Gisteren had ik een ontmoeting met de happy crew die ons gaat begeleiden op de kano in Zweden. En een loutering wordt het. Zelf vuur maken. Geen douches. Wéér eens geen wifi. Ik ga het zwaar krijgen, ik voel het. En toch maakt het me ontzettend blij. De meditatie van in een kano varen op een meer in Zweden geeft de grootste sereniteit die ik me kan voorstellen. Omgeven door natuur, stilte en water. Dat is me de ontbering wel waard.

Danny is een van de begeleiders en hij leerde mij gisteren vuur maken. Terwijl ik dit schrijf kijk ik nog eens pijnlijk naar de blaar op mijn hand, maar het was een prachtig vuurtje. Een zuinig vuurtje, want hij legde me uit dat we in Zweden al het hout zelf verzamelen. Noem me lui, maar dan liever zuinig. Danny legde me uit hoe het werkte, hij vertelde dat de moeilijkheid zit in het áánhouden van het vuur en liet me verder m’n gang. Hij maakte geen actieplan. Gaf me geen instructie om het vuur brandend te houden. Vertelde me verder niet wat te doen. Hij gaf me instructie en waarschuwing en liet het verder aan mij. Met als resultaat dat ik me eigenaar voelde van dat stomme vuurtje dat zachtjes brandde. Dat ik steeds nieuwe houtsnippers afhakte met zijn bijl. Wegliep tijdens een gesprek om bezorgd en zachtjes het vuurtje aan te blazen.

Danny maakte een context voor mijn eigen verhaal. En liet me op een gecontroleerde manier vrij om de crisis op mijn manier te lijf te gaan. Hij gaf me hulpbronnen: kennis en zijn assistentie. Hij gaf me een doel: het zetten van koffie. Verleiding was natuurlijk niets doen en een boekje lezen in de zon. En de heldin werd ik vanzelf. Een blije heldin met koffie en een blaar. Oké het tipt niet aan de actieheld John McClane, de vliegeraar of Joris en de draak maar geeft me wel zin in m’n trip naar Zweden. Om juist dankzij praktische beperkingen weer terecht te komen midden in mijn persoonlijke verhaal. Dat verhaal schrijf ik zelf en het mag zo groot worden als mijn fantasie rijk is. Is dat prachtig? Een paar honderd jaar geleden had het vast geleid tot het sprookje van het meisje in de levende houtblokken. Ben benieuwd waar Zweden allemaal nog meer toe leidt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Pensioen-nieuws | 3 Comments »

Adembenemend onder water

Posted by Catharien Hamerslag op mei 21, 2013

Duiken is ademen. Thich Nhat Hanh kan zo een paar duiklessen in zijn meditatieprogramma invoegen. Dat ontdekte ik tijdens de cursus duiken die ik vorige week afrondde. Duiken is ademen en ademen is duiken. Letterlijk.

Hoe bij-de-hand klinkt het als een instructeur op het droge tegen je zegt dat je in een noodgeval rustig moet ademen. Dat is net zoiets als tegen een automobilist zeggen dat ‘ie moet blijven kijken. Du-huh. Toch is duiken de meest intense meditatietraining die je je kunt voorstellen. Er zijn een paar factoren die daartoe bijdragen.

Om te beginnen houdt iedereen om je heen zijn of haar mond. Ze hebben immers een groot apparaat, zo’n ding dat je inderdaad langdurig het gevoel geeft dat je wilt kokhalzen, volledig in je mond. Natuurlijk zijn er altijd onverlaten die het toch presteren om te communiceren. Je kunt hard gillen. Je kunt je vuist in je andere hand klappen. Je kunt gebaren maken. Maar over het algemeen geldt: het is lekker rustig onder water. Wat je hoort zijn de bubbels van je eigen ademhaling. Dat klinkt sereen, en dat kan het ook zijn.

Ten tweede ben je omgeven door water. Letterlijk zwem je een andere wereld in. Dat is niet jouw wereld. De angst voor en grappen over haaien maken dat duidelijk. Twee derde van de wereld is ondergedompeld in water en wat weet je daar nou werkelijk van? Hoe vaak zie je de onderwaterwereld in reclame of een film? Ja, als je ernaar zoekt, ís het er natuurlijk wel. Maar dat ‘Nederland nou echt met water leeft’ …ik ben niet overtuigd.

Terug naar het meditatiemoment. Veel mensen hebben al wel eens gedoken…in het buitenland. Dat is een aanrader. Water dat kouder is dan je lichaamstemperatuur voelt namelijk al snel koud aan. In Mexico of Egypte heb je dus niet zo snel een probleem. In de Vinkeveens plas daarentegen prijs je je gelukkig met een watertemperatuur van 12 graden. Dat is net te doen in een wetsuit. En die heb je ook aan tijdens de beginnerscursus. Dus spring je het water in en wacht je tot de kou de lege holtes van je wetsuit instroomt. En ondertussen blijf je rustig ademen.

Dan ga je duiken. Je eerste grote duik tot een meter of 10. Voor ervaren duikers klinkt dat als het pierenbadje. Maar ga maar eens voor een gebouw staan en stel je voor dat er tot hoog bovenin allemaal water is. En dat je altijd rustig naar boven moet zwemmen. Want in nood is er maar 1 ding dat je kan redden: rustig blijven ademen. Te snel stijgen brengt namelijk het gevaar van Caissonziekte met zich mee. Daar wil je niet aan denken. Dus ga je mee met je instructeur. En duik je, en kijk je en geniet je van een veel te grote snoekbaars. Water vertekent en alles lijkt een kwart zo groot. Je kokhalst en je hebt het koud. Maar u voelt ‘m al aankomen…je blijft ondertussen gewoon ademen.

Dat ademen onder water heeft nog een grappig bijeffect. Het vullen van de holtes lucht in je lijf heeft invloed op je drijfvermogen. Simpel gezegd: als je inademt stijg je omhoog, als je uitademt daal je naar de bodem. Je longen worden je verticale stuur zeg maar, het is erg grappig. En terwijl ik dat oefen kijk ik met een schuine blik omhoog waar de bubbels weerkaatsen in een flauwe lichtstraal. Ik ben onder water, ik adem en even is dát en dat alleen goed.

Posted in Pensioen-nieuws | Getagged: | 1 Comment »

Lachen in de spiegel

Posted by Catharien Hamerslag op april 12, 2013

Alle vrouwen om mij heen zwangeren. Nee, echt waar. De een is nog niet zwanger geworden of de ander bevalt van de tweede. En ik kan mijn kont niet draaien of ik zit op de thee bij een vriendin die me verheugd vertelt dat ze klaar is om voor een pleegkind te zorgen. En ook mijn mannelijke vrienden lopen met wallen en een bijzondere glimlach op hun gezicht rond. Er worden veel kinderen geboren, ik kan er niet omheen.

Dat voelt wat verlaten. De nesteldrang van zoveel mensen om mij heen. Het kost hen de nodige tijd en aandacht, dat is vanzelfsprekend. Er komt nieuw leven op de wereld. Ik denk dat ons bestaansrecht om een uniek mens te zijn een groot wonder is. Er is geen concurrentie aanwezig: niemand anders kan ooit mij zijn. Of mij imiteren. Iedereen is zichzelf en heeft daarmee een monopoly op deze aarde. Hoe blij je daar nou mee bent. Of niet.

Want het kan ook pittig zijn, om anders te zijn dan anderen. Een wijze non zei ooit tegen mij: “Catharien, als je een sinaasappelboom bent die middenin een appelgaard staat, probeer dan geen appels te laten groeien…dat gaat niet. En bovendien loopt de wereld dan jouw sinaasappels mis.” Dat is wijs gesproken, maar wel lastig. Ik probeer al een paar decennia te achterhalen hoe je sinaasappels laat groeien.

Ter geruststelling, ik ben ontzettend blij om mij te zijn. En dat wens ik ieder mens toe. Dat je in de spiegel kijkt en denkt, já! Daar kan ik zelf ontzettend van genieten. Toiletten zouden plezieriger ruimtes zijn als meer mensen dat moment zouden pakken. Je gaat er namelijk andere mensen ook mooier van vinden. Als je doorkijkt tot je ziet wat de ander uniek maakt. Welke kleur doorstraalt in zijn of haar ogen. Als je de onzekerheid van de ander respecteert en diens moed bewondert om tóch te proberen. Dat is wat anderen voor mij zo mooi maakt. Niet de perfectie en strakke lijnen. Maar juist het litteken dat een mens trots draagt.

Sinaasappels hebben geen perfecte lijnen. En de kleur is in het echt een stuk minder oranje dan Albert Hein ons wil laten geloven. De een is zoeter, de ander zuur. Als ik ’s ochtends een glas pers komt de smaak van een paar sinaasappels samen. Dan geniet ik van het idee dat ze groeiden in de zon en alle energie opsloegen. Van het regenwater dat zich in de sinaasappelboom verzamelde en naar haar vruchten liet stromen. Die ervaring is perfect. En dat geeft mij nieuw leven.

Straks loopt er een nieuwe generatie kleuters rond. Ik vind het een prachtig idee en geniet van het vooruitzicht. Vrienden worden ouders. Ouders worden vrienden. Sommige vrienden worden leuker als ouder. Anderen verdwijnen als vrienden. En er zijn er ook die wat beduusd middenin staan en gewoon ouder worden. En ook van die mensen kan ik zoveel houden. Ik hoop dat het me lukt om anderen de zon te laten proeven waarin ik sta en te laten meegenieten van het leven dat door mij stroomt. Het is namelijk zo mooi, kijk maar in de spiegel. Ik sta lachend naast je.

 

Posted in Pensioen-nieuws | 6 Comments »

Hoe je geweldloos een ‘nee’ accepteert

Posted by Catharien Hamerslag op maart 30, 2013

“Waarschuw wel even van te voren,” was het laatste wat de trainer Geweldloos Communiceren ons afgelopen woensdag meegaf. Het schijnt nog wel eens grappige situaties op te leveren, als cursisten dit in de praktijk brengen.

So far so good, of misschien schrikken mijn vrienden en bekenden al niet meer zo snel van me. Geweldloos Communiceren is trouwens echt de meest verschrikkelijke naam die de grondlegger kon bedenken. Het is een roze olifant: iets waaraan je helemaal niet zóu denken, ware het niet dat je gesprekspartner erover begon. En dat wil je niet. Een gesprek over geweld in communicatie is helemaal niet leuk. Dat merkte ik in ieder geval al wél in de eerste gesprekken. Had die trainer me beter voor kunnen waarschuwen. Maar goed, laten we naar de kern gaan. Geweldloos. Waarom gaat u daarvan schrikken?

Eigenlijk schrok ik zelf al vanaf binnenkomst. Het is heel raar om met een groep volstrekt onbekenden te praten over gevoelens die je voor je meest dierbaren verborgen houdt. Het is niet netjes om kwaad te zijn op een ander. Om je te irriteren aan een stem, houding of gebaar. En het is blijkbaar erg gebruikelijk om een ander daar de schuld van te geven, “Ze vroeg wel naar me, maar meende het niet en dat irriteert me.” of “ Ik vroeg hem dat te doen, maar hij deed het niet en dat maakt me verdrietig.” Dat doet blijkbaar iedereen. Geen groot nieuws, wel een welkome opluchting. Ook al zijn het onbekenden, toch doet het wat met je.

Iedereen in ons pas gevormde praatgroepje zat wel ergens mee. Met werksituaties (surprise, surprise), gezinssituaties, vrienden en vriendinnen, gedoe met minder en meer bekenden. Het kwam allemaal langs. We ergeren ons dagelijks aan onze geliefde medemens. En ik doe vrolijk mee. De kunst van geweldloos communiceren is echter om de verantwoordelijkheid voor je ergernis terug te leggen bij jezelf. Doet een ander niet wat je verwacht? Op basis waarvan verwacht je het eigenlijk? En mag de ander ‘nee’ zeggen van je? Het zijn irritante uitgangspunten. En ook die legt de trainer genadeloos terug bij jezelf.

Nou ben ik niet zo goed in ‘nee’ accepteren. Ook dat zal geen verrassing zijn. Het voelt als een nederlaag. Zelf vinden we dat we de meest geniale dingen bedenken. Wat zou een ander daar ‘nee’ tegen zeggen. Ik hoor liever een overtuigd, vriendelijk en ongedwongen ‘ja’! Dat hoorde ik deze week ook voor het eerst van een klant. Accepteer je mijn offerte? ‘ja’. Dat is toch prachtig? Het was het mooiste moment van mijn week. En dat wil ik alleen maar meer.

Gelukkig waren de meeste cursisten iets meer gedwee dan ik. Althans, allemaal behalve een naamgenote die naast me zat. De band was meteen sterk en we waren het erover eens: Catharina’s zijn moeilijke mensen. Maar wel sterk en pittig, en ach we hielden voor de training begon al meer van onszelf.

Het verschil tussen een eis en een vraag zit ‘m in de ‘nee’. Accepteer je de ‘nee’ dan houd je het geweldloos. Ga je door tot de ‘ja’… nou ja het laat zich raden. De eerste trainingsavond ging trouwens niet zo ver. We begonnen met het zorgvuldig formuleren van een concreet verzoek. “Ik hoorde je fluiten op de gang. Dat irriteert me. Ik heb behoefte aan rust. Wil je niet meer fluiten op de gang?”. Stap 2 is accepteren als het antwoord luidt: “Ik fluit graag op de gang. Dat maakt me blij. Ik heb behoefte aan zelfexpressie. Wil je daar rekening mee houden?” Ik zie een patstelling aankomen. Hoe je daarmee omgaat zou ik u graag vertellen. Ik vroeg de trainer er ook naar. Maar u raadt het al… ik kreeg een ‘nee’. Voor die avond althans, we komen er nog op terug.

Hopelijk zadel ik u niet op met meer irritatie. Mocht dat zo zijn, vertel het me gerust. Maar formuleer het wel geweldloos zou ik zeggen. En mocht u dat niet willen, begrijp dan, ik heb de les om een ‘nee’ te accepteren nog niet gevolgd.

Posted in Pensioen-nieuws | 4 Comments »

Een onmetelijke oceaan van mensen

Posted by Catharien Hamerslag op februari 26, 2013

Ik reis nogal veel. Althans, dat vinden mensen om mij heen. Die indruk wek ik. Wat is veel, vraag ik dan meteen. En wat is reizen. Is een weekendje bij een vriendin in Brighton reizen? Of gewoon een heel luxe pajama-party?

Wat het ook zij, het gaat mij eigenlijk niet zo zeer om het reizen. Goed, ik zou liegen als ik zeg dat ik er niet van hou om rond te dolen in onbekende steden. Om nieuwe dingen te leren (eten) en wonderbaarlijke kunstwerken en gebouwen te zien. Maar waar het me uiteindelijk om te doen is, is het ontmoeten van nieuwe mensen.

Dat klinkt misschien ontzettend afgezaagd. En dat zou het ook zijn, als ik niet meteen beken dat het me ontzettend beklemt: de onmetelijke hoeveelheid mensen in deze wereld. Begrijp me niet verkeerd. Het gaat me niet om de dichtheid per vierkante kilometer. Alhoewel ik graag eens naar India zou gaan om dat op de proef te stellen. Het gaat me juist om de oneindige hoeveelheid identiteiten die er zijn. Er zijn meer mensen op deze aardbodem geweest, er zullen meer mensen zijn en er zijn nu alleen al meer mensen dan ik ooit kan kennen. Die mij zullen kennen. Voor iemand die gelooft in het eeuwig leven, betekent dat een hele lange taak van mensen leren kennen en húp weer doorgaan naar de volgende. Snapt u het schrikbeeld?

Maar goed, even terug naar de rust. Die bracht Thich Nhat Hanh erin tijdens een van zijn vele lezingen toen ik Plum Village bezocht. Hij vertelde dat je je eigen leven kunt zien als een golf. Die heeft twee dimensies. Ten eerste de historische dimensie, die van de bewegende golf die je ervaart en ziet. Maar daar zit een diepere dimensie onder, namelijk die van water in beweging. De ultieme dimensie. De golf bestaat feitelijk niet, het is een tijdelijke expressie van water en wind. Er is 1 zee en er zijn ontelbaar veel golven. En tegelijk is geen golf permanent. En daarmee de zee misschien ook niet, maar dat gaat te ver voor nu.

Ik ging even verder in Thây’s gedachtegang: wat als ik mezelf nou niet vergelijk met een golf maar met een druppel in die zee. En dat ik samen met andere mensen, andere druppels zeg maar, om de zoveel tijd een golf in beweging breng. Dat geeft een fantastisch gevoel als dat lukt. Net als een kunststroming: er heerst dan even zo’n opwinding en bruisende energie met hoop. Daar kan ik zo van genieten in musea.

En het is tegelijk een van de meest beangstigende voorstellingen die ik kan maken. Want er zijn dus druppels, met wie ik misschien wel hele hoge golven in gang heb gezet, die koers zetten naar een andere oceaan. En gezien de grootte van het wateroppervlak, de eeuwige kringloop van verdampen en condenseren en de grootte van een druppel, is de kans niet zo groot dat ik sommige druppels ooit nog terug zie. Dat klinkt wat fatalistisch misschien. Maar stel je even voor dat je ooit je hart aan een van die druppels gaf. Dan voel je je heel even echt een stuk minder 1 oceaan.

Het is trouwens veertigdagentijd. Die periode tussen carnaval en Pasen, u weet wel. En behalve dat ik niet vast wat betreft weekendjes uit, vind ik toch wat extra stilte om na te denken over oceanen. Over reizen naar en tussen mensen. En over het creëren van hele hoge golven. Misschien ben ik in mijn hart dan toch een beetje Zeeuw geworden. Ik hang liever niet levenloos rond in de oceaan. Maar in borstcrawl sla ik mij er stug doorheen. Luctor et emergo: ja, ik worstel en kom boven. Hopelijk ooit ook in die onmetelijke oceaan van mensen, want van die ene ontmoeting, in het schuim op de top van de golf – los uit de eenheid van de zee en daarmee juist haar ongrijpbaarheid scheppend –  daar is het uitzicht op de eeuwigheid ontzettend verstillend.

 

 

 

 

 

Posted in Pensioen-nieuws | Getagged: | 9 Comments »

Thuis als een God in Frankrijk

Posted by Catharien Hamerslag op februari 1, 2013

Het is woensdag, de vijfde dag van m’n retraite en ik vind dat ik wat lekkers heb verdiend.

Oké, we zitten hier in Zuid-Frankrijk, er schijnt een lenteachtige waterige zon. De wijnvelden om ons heen staan in knop. En het klinkt misschien cheezy, maar de vogels fluiten er vrolijk op los. In de verte hoor ik de lach van een reisgenote. En de omgeving is schitterend. Maar het eten is nog steeds veganistisch. Dat betekent geen melk, maar sojamelk (drink ik niet), geen vlees, geen kaas, geen wijn, geen televisie. En geen internet. Zeker die laatste: het blijft een beproeving.

Maar vandaag mag ik dus erop uit van mezelf. En ik besluit naar het stadje te lopen. Dat is niet ver weg, een kilometer of vijf. Duras. Om er te komen, loop ik aan de kant van de weg. En ik hoor de automobilisten denken: waarom lopen? Maar mijn lichaam heeft na vijf dagen wandelmeditatie, we doen over honderd meter ongeveer tien minuten, behoefte zich te strekken. Dus ik loop. De weg loopt stijl omhoog en ik draag geen wandelschoenen. Maar ik loop, ik ben vrij en geniet.

In het stadje is geen hond te bekennen. Dus ik loop naar ’t ‘office du tourisme’ en vraag naar een café. Met internet. Blijkbaar ben ik de enige toerist vandaag, want een van de medewerksters loopt met me mee. Erg luxueus. Ze vraagt of ik met vakantie ben terwijl ze vrolijk naast me stapt en deze kans om haar Engels te oefenen, grijpt. Ik verblijf in Plum Village. Bij de nonnen. En meteen valt ze stil. Alsof er een vreemde afstand is gecreëerd. Ze wijst me het terras en laat me alleen. Heel aardig, maar het zet me aan het denken. In de ogen van de gewone Fransman is het heel vreemd. Zo’n groep nonnen, veelal uit Vietnam. Die zelf hun groente en fruit verbouwen. Allá. Maar ze kennen hen verder alleen van het hele langzame wandelen. In hun bruine pij. En kale kop. Wat moeten ze er in Godsnaam van denken?

Even later sta ik in het café naar een beeldscherm te staren. Macht der gewoonte. En ik denk weer aan de nonnen. Ik ken er een paar. Ik kom hier nou anderhalf jaar. En ben drie keer een week gebleven. Er is veel tijd voor gesprekjes. En ik heb in de loop van die tijd al veel nieuwsgierige en domme vragen gesteld. Over hun manier van leven. Hun ideeën, waar ze vandaan komen. Waar ze naartoe gaan. Ze vervreemden zich. Dat is onmiskenbaar. Goed, ze krijgen wat kranten. En er is steeds aanwas van nieuwe nonnen die nieuws uit de wereld brengen. En wij zijn er, de bezoekers. Maar over het algemeen vervreemdt men. De televisie maakt me ervan bewust: de meerderheid van deze vrouwen zou niet meer overleven zonder hun gemeenschap. Alleen in de maatschappij. Dat is een gepasseerd station. Ik schrik ervan. Zo kwetsbaar.

(II)

Wat doe ik hier dan? Te midden van die nonnen. Om mij heen zijn andere bezoekers. Vaak natuurliefhebbers, die veganisme en de strijd tegen globalization hoog op hun agenda hebben. Eco-liefhebbers. U vormt zich een beeld. Dat zijn vaak de jonge mensen. Dan zijn er de dertigers, veertigers. Vaak mensen met problemen die in het medische circuit zijn uitbehandeld. Depressieve gasten zijn hier wel bekend. Ook lopen hier altijd wel een paar (bijna) pensionado’s rond om hun levenspad te overdenken. En dan zijn er de vrienden die zich serieus oriënteren. Die van gast, gastvrouw of gastheer willen worden. Ik spreek hen. En zie hen in de loop van de tijd tot non of broeder groeien. Of weggaan.

En dan ben ik er. Meestal de enige belijdende Katholiek. Geen intentie what-so-ever om veganist te worden. Noch om voor de Boeddha te knielen. Ik val wat wat uit toom. Laat ik eerlijk zijn. Maar ook ik heb ontdekt welke parel hier te vinden is. Deze nonnen en broeders helpen je met het vinden van innerlijke rust. Ze geven je een plek om oordeelvrij rond te hangen en tot jezelf te komen. En toegegeven, het veganistische eten brengt je lichaam tot rust. Ze helpen je een effectieve methode toe te passen die je lichaam en geest in een vriendelijke vrede brengt. Om je angsten te kalmeren. Je woede te begrijpen. Je verdriet te doorgronden. En je plezier te vergroten. Om op adem te komen. Letterlijk. Ze helpen een gebroken hart te helen. Mijn hart. En dan, een route uit te stippelen – en daar ben ik dan misschien een uitzondering in, want eigenlijk hoor je in het hier en nu te blijven – een pad te ontdekken, te creëren, om nieuwe stappen te zetten. Dat is wat ik hier doe eigenlijk. Rustig worden, ademhalen. En het plezier ontdekken, opnieuw, om me te verheugen op alles wat komen gaat. En dankbaarheid op te brengen voor alles wat me hier bracht. En gewoon blij te zijn en lol te hebben in het hier en nu. Tijdens een potje ping-pong met een van de nonnen.

Toch zeg ik dat wel vaker. Me verheugen om nieuwe plannen te maken. En het gaat hier een laagje dieper. Het idee achter de Zen-filosofie is dat je thuis bent. In het hier en nu. Je leert om zelf – waar je ook bent, in elke omstandigheid – in het hier en nu te komen. Om thuis te zijn áls jezelf. Dat is zo mooi. En het vervult misschien wel de diepste wens die ik heb. Een thuis. En de grootste breuk van mijn hart. Een thuis. Deze nonnen geven je je thuis terug. Ik hou daarom van ze. En neem het cadeau vreugdevol met me mee.

Dat overdenk ik op woensdagnamiddag. Terwijl ik terugloop uit het stadje. Met een glas cola achter de kiezen. En een zak Haribo die bijna leeg is in mijn hand. Een echte Boeddhist zal ik nooit worden. Een echte Katholiek gelukkig wel. Dus ik verheug me op dat glas wijn dat op me wacht op het vliegveld. Glimlachend naast een stukje vlees. En er rust nog de vrede op mijn gezicht van mijn bezoek aan Lourdes.

(III)

En dan was er Lourdes. Niet de meest logische plek om vanuit een Zen-oord naartoe te gaan. Maar goed, het ligt op maar drie uur afstand van Plum Village. Ik was er nog nooit geweest. En mijn huurauto is een diesel en groot genoeg voor een gezin. Twee meiden uit Plum Village willen met me mee. Dus op ‘lazy Monday, rijden we in de ochtend richting Pyreneeën . Ik heb echt geen idee wat te verwachten. Verhalen over ‘een circus’, ‘gekkenhuis’, ‘ik ga er nooit meer heen’ heb ik veel gehoord. Dus ik bereid mijn meerijders voorzichtig voor. Ze kennen Lourdes niet, hebben nooit van Bernadette gehoord. Dus ik leg ze uit wat er gebeurd is en dat ze er zelf van mogen vinden wat ze willen. Ik ga ook uit op onderzoek. En het is mijn plezier om deze twee, toch wel spirituele dames, mee op sleeptouw te nemen. Zoals ik zeg, ben ik zelf sceptisch. Na alle verhalen toch wel bang wat daar precies te treffen.

Gelukkig is het winter. En maandag. En tussen-de-middag als we aankomen. Er is geen kip. Van alle bezienswaardigheden die ik bezocht, is dit misschien de grootste uitzondering. We parkeren de auto, midden in de stad, we lopen naar de plek waar Bernadette haar visioen had. We staan stil op een schitterend plein voor de kerk. En ervaren een hele rustige sfeer. Een heel sterk gevoel van vrede komt in ons op. We lopen door naar de grot. Staan daar vrijwel alleen (ik kijk nog even om me heen of dit echt dé grot is). Ik schrijf een gebed en gooi deze in een daarvoor bestemde bus. Loop naar t water. Raak het aan, sla een kruis. Bid wat. Kijk wat. We fotograferen elkaar rustig. Nemen alle tijd van de wereld. Een privé bezoek. Mijn twee vriendinnen vallen meteen voor de sfeer. Ik was al gevallen, merk ik.

We lopen verder. De kerk in. Prachtige mozaïeken die het rozenkransgebed uitbeelden. Weer vrijwel alleen lopen we er langs. We bewonderen. Ik leg wat uit. En leer wat bij. We zitten in stilte. Mediteren. En gaan verder. Om als enige toeristen in een pizzeria te belanden. Waar we ontzettend moeilijk doen over de pizza die we willen en die ze nét niet hebben. Veel kaas én ham. De mevrouw die ons bedient houdt zich in. We krijgen de pizza die we willen.

En we rijden weer weg. Drie goddelijke uren over een verlaten snelweg. Mijn medereizigsters slapen. Ik denk wat, ik droom wat, ik rij 130 en geniet. Dit was Lourdes! Een mooie plek op aarde waar een koninklijke rust en liefde hangt. Ik heb genoten van een mooi intiem moment sereen geluk. Midden in een training van het hier en nu een schot in de roos.

Posted in Pensioen-nieuws | Getagged: , , | 7 Comments »

Omdat het leven te kort is voor slechte port

Posted by Catharien Hamerslag op januari 13, 2013

Zo’n avondje YouTube. Het klinkt misschien hopeloos ouderwets. Mijn ouders deden het al. Maar die draaiden nog echt plaatjes. Ik voor mij geniet van het feest van internet. Met alle plaatjes binnen handbereik die me te binnen schieten. Heerlijk.
Mijn huisgenoten kennen deze momenten inmiddels. Ze snappen dat je het niet kunt stoppen. Ik niet althans. Met genieten moet je nooit stoppen. Lekker meezingen. Da’s een #tip.

Vanavond had ik een gesprek met een hele goede vriend van me. Met hem ga ik binnenkort een nieuwjaarswandeling maken. Maar we liepen al vooruit. In gedachten. En ik ga u een tipje van de sluier doen.
Ze zeggen dat het goed is, als je bijvoorbeeld met roken wilt stoppen, dat je het aan iedereen vertelt. Dan kunnen ze je motiveren als je het lastig krijgt. Misschien kan je dat ook positiever inzetten? Proberen waard.

Het mooie is, die vriend van me zette onze ideeën om in bredere thema’s. Hij tilde ze op naar het niveau van thematiek. Mooi, vond ik. We kwamen op een paar mooie thema’s. Een van de mooiste ben ik al een tijdje mee bezig: me verwonderen over de grote wereldreligies. Na de mensenoffers van de Maya’s, de oneindige rituelen van de Tibetanen en de leegte van de Boeddhisten staat een reis naar India in de planning. (Dat ik katholiek ben en daar in ieder werelddeel van geniet, weten de meesten van jullie al). Lijkt me fascinerend om te zien hoe een hele maatschappij zich opsluit in kasten om vervolgens aan het eind van het leven heilig een rivier op te varen. Als ze nou ook nog ophouden vrouwen te verkrachten, durf ik ook echt te gaan.

Ander groot thema wordt geweldloos communiceren. Wat dat precies wordt, daarover hou ik u op de hoogte. Het sluit aan bij de prachtige stilte en leegte die ik vind in het Boeddhisme. Het gaat over verbinding houden in jezelf. Maar dat klinkt misschien wat te vaag voor u. Daarom is het ook een nieuw thema in 2013.

En meer genieten. Genieten van de natuur. Van eten met een minimum aan e-nummers. Genieten van de natuur onder water in een duikpak. Genieten van de mensen om me heen. Van samenzijn. Daar kan ik wild van genieten. En dat moet soms ook wel. Want komend jaar ben ik niet meer samen met wie ik dat wel fijn vond. En ontdek ik vast nieuwe vormen van en nieuwe mensen om mee samen te zijn. Liefst niet allemaal achter de computer. Da’s nou van de wilde natuur genieten. Haar accepteren en liefhebben in de vorm die ze tot je komt.

Het wordt een mooi jaar. En ik hoop dat er veel verhalen komen. Dat ik naar ze mag luisteren. Dat ik mag helpen ze door te vertellen. Dat ik af en toe in de lucht zal springen van ongeduld. En bovenal hoop ik op liefde, wilde liefde in alle vormen. En een glas hele goede port, omdat het leven te kort is om er níet van te genieten.

Posted in Pensioen-nieuws | 3 Comments »

And a ’die hard’ new year

Posted by Catharien Hamerslag op december 28, 2012

Tot mijn verbazing kreeg ik dit jaar best veel kerstkaarten. Ik voelde me wat opgelaten, want ik krijg het voor elkaar om jaar na jaar verjaardagen, adressen en andere lange-termijngegevens kwijt te raken. Ooit dacht ik dat de voorloper van i-cloud (.Mac) de oplossing bood, totdat mijn mobiele telefoon in de wc verdronk. Zonder back-up. Ik vertel u: het leven kan soms ontzettend onhandig uitpakken.

Maar kerstkaarten. En nieuwjaarswensen. Het is mooier dan je denkt. Zeker als je er even bij stilstaat omdat – noodgedwongen weliswaar – de routine er niet is. Iets moois voor het komende jaar een ander toewensen. Het bracht mij al enige jaren terug tot een nieuwe traditie. Die begon bij het terugdenken aan het oude jaar. Een review van het wel of niet halen van mijn doelen. Doeleinden in de softe zin van het woord. Hoe vaak vierde ik met anderen het leven? Maar ook: wat kwam er van mijn enthousiaste ideeën terecht, hoeveel hebben zich gerealiseerd? Welke waren levensvatbaar? Dat is mooi om bij stil te staan, op een late avond na kerst starend naar een slecht verlichte Dom. Ergens in Utrecht.

En dan komt onherroepelijk het nieuwe jaar. Met nieuwe voornemens en nieuwe plannen. Met wild enthousiasme en geloof in wereldveroverende ideeën. En het langzame besef, onwelwillend in het begin, dat het eígenlijk te veel is allemaal, voor één jaar. En het rotsvaste vertrouwen dat ik het er best ingeduwd krijg, in dat ene jaar. Net als een ronde man of vrouw die nét dat ene taartje…’t kan best. En stiekem vind ik dat wel mooi. ’t Kan inderdaad best.

Mijn jaar en nieuwe plannen, ik ga u er niet mee vermoeien. Het is onhaalbaar. Ik voel het op mijn klompen aan. En tóch heb ik er al zin in. Leren duiken, naar Engeland, Frankrijk, India. Het kan allemaal. En dan óók nog m’n communicatievak uitdiepen. Én meer lezen. Meer genieten. Samen eten en genieten met mijn beste vrienden. Ik neem het me voor en overdenk het tijdens een lange wandeling aan het begin van het jaar.

Het mooie is, vorig jaar nam ik me ook véél voor. En nog mooier is: er kwam méér van dan ik me kon voorstellen. Van al die plannen, al het uitvoeren, het uitputtende onuitputtelijke enthousiasme waarmee ik het leven mag drinken. Het werkt aanstekelijk. In ieder geval op mij.

Als ik nou 1 wens mag schrijven op die kaarten die ik nooit verstuur, dan is het dat: ik gun iedereen zo’n wandeling. In wat voor vorm dan ook. En 1 mooie wens die je evalueert aan het einde van het jaar. Dan geef je jezelf een mooier cadeau dan je kunt bedenken. Je geeft dan je committent aan je eigen meest frisse, wenselijke, creatieve gedachte. Tja…en daarop volgt…haha ik beloof het u, inderdaad een pittig maar zó-de-moeite-waard gloednieuw jaar. Ik wens u een ‘die hard new year’!

Posted in Pensioen-nieuws | Getagged: , | 7 Comments »